Aardbevingsrisico neemt eerst nog toe

Het nieuwe gaswinningplan van de NAM voorkomt niet dat de risico’s op aardbevingen nog enkele jaren toenemen. Het aantal bevingen stijgt en ook zullen de bevingen nog zwaarder worden.

De bevingen zijn begonnen bij een bodemdaling van 17 cm, terwijl de daling in het midden van de provincie is opgelopen tot 35 cm. Hoe de Groningse monumenten versterkt kunnen worden is nog een vraagteken. 

Deze bevindingen kwamen naar voren tijdens een symposium van de Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen op 27 maart. Het KNMI, TNO, de NAM en het Staatstoezicht op de Mijnen gaven een overzicht van hun kennis over aardgaswinning en aardbevingen in Groningen.

Het Staatstoezicht van de Mijnen liet met een grafiek de toename van het aantal bevingen zien in de loop van de tijd, met een onderscheid naar de kracht van de bevingen. Vervolgens werd getoond dat de toename van lichte aardbevingen dezelfde trend vertoont als de toename van zwaardere aardbevingen. Een volgende grafiek gaf weer dat de toename van de bevingen samen gaat met een toename van de productie. Vervolgens liet men zien dat er nog een stijging van het aantal en de zwaarte van aardbevingen wordt verwacht, met een grote marge van onzekerheid. De NAM en het Staatstoezicht op de Mijnen verschillen van mening hoeveel jaren het duurt voordat minder productie tot minder bevingen leidt.

Er is grote haast geboden met aardbevingbestendig bouwen. Uit de inleiding van TNO bleek dat kennis over de bescherming van de talrijke monumenten in Groningen achterloopt. 

De NAM gaf schematisch aan hoe zij nu werk maakt van een programma om gebouwen te versterken. Maar zij kon geen antwoord geven op een vraag over de gevoelens van de bevolking die zich dagelijks zorgen maken en hun huizen controleren.  De woordvoerder zei dat de gevoelens van onrust pas in 2012 opkwamen en meende dat men alleen last heeft van het gedoe om schade vast te stellen en te herstellen.

De presentaties maakten duidelijk dat er nog veel kennishiaten zijn. De NAM is er in het verleden vanuit gegaan dat de spanningsopbouw door bodemdaling nauwelijks tot verticale golfbewegingen en seismiciteit zou leiden. Zij gaat er vanuit dat bodemdaling dé verklarende factor is voor risico's. De invloed van de bodemsamenstelling is nog altijd niet specifiek genoeg om tot betere voorspellingen te komen. De aardbreuken waarlangs de bevingen zichg voordoen, zijn bovendien niet goed in kaart gebracht. De NAM heeft haar kennis over risico’s opgebouwd uit de aardbevingen die eerder hebben plaatsgevonden. Waarom een bodemdaling van 17 cm kritisch werd,  kan niet verklaard worden. Men werkt aan betere verklaringsmodellen.

De inleidingen worden geplaatst op de website van de KNAW.